Biografie

Ik ben beeldend kunstenaar/schilder en al vijfendertig jaren bezig mijn relatie tot het mysterie van de natuur te verbeelden. Ik ben geboren (1951) en opgegroeid in Maastricht. Ik trouwde er met Lidy, we kregen twee zonen. Na mijn academietijd woonden we zes jaar aan de waddenkust in Friesland en enkele jaren in Tiel. Nu wonen we alweer 23 jaar in Schinveld in een voormalig boerenhuis met binnenhof en tot atelier verbouwde schuur. Mijn inspriratie vind ik dicht bij huis in het Schinveldse Bos dat net buiten de verstedelijkte oostelijke mijnstreek ligt. Naast schilderen geef ik schilderlessen aan kleine groepjes in mijn atelier. Soms maak ik met groepjes ervaringstochten langs bijzondere plekken en bomen.

Over mijn werk

Ik schilder landschappen, eigenlijk plekken die iets met me doen, in mij resoneren. Ik schilder ritme, ruimte, licht; optisch licht én licht dat van binnenuit, vanuit de aarde, vanuit de kleuren zelf straalt. In mij ontstaat een beeld wanneer uiterlijke en innerlijke waarneming elkaar naadloos aanvullen, wanneer visuele ruimte en innerlijk beeld samenvallen. Terwijl ik schilder opent zich een andere (geheelde) ruimte, een de etherische dans van deeltjes. Kleur-straling en muzikaal-ritmische opbouw tracht ik te realiseren door te schilderen met kleurtoetsen en -streepjes in lagen van grof naar fijn; in een ritmisch arcerend handschrift van horizontaal, verticaal, diagonaal stromende ritmes.

Techniek

Ik schilder met tempera en water, etherischer dan olie. Aanvankelijk met ei-polyurethaan-tempera en losse pigmenten. De laatste tien jaar met caseïne-tempera (Rembrandt-olieverf met caseïne als emulgator op mdf-paneel). De tempera-techniek leent zich goed voor het werken met kleine kleurstreepjes. Al schilderend ervaar ik ‘de dans van deeltjes’, brug tussen vorm en vormeloosheid; waarneming vanuit heelheid met veel oog voor kleine deeltjes.

Verschillende landschappen inspireerden me

Drenthe, Noorwegen, Alpen, Bhutan, Normandië, maar ik verbond me vooral met het Friese landschap (1977-1983) en de Schinveldse Bossen (1987-2012). Natuurobjecten schilderde ik aanvankelijk als contrapunt van ruimte en licht. Nadien stonden takken centraal in etherische composities. Ik beeldde het landschap uit als: transparante, spiegelende ruimte, als transitie-ruimte (overgangsplek), als sacrale ruimte, als mythische topografie, als etherisch stromende ruimte, als bosruimte waarin alles verweven is. Wat begint met werken vanuit kinderlijke verwondering voor de openheid van landschappelijke ruimtes, gaat over in een zoektocht naar het mythische landschap en vervolgens naar het etherische landschap met zijn kosmisch-aardse stromen en de daarmee resonerende kleuren. De zoektocht naar het plaats- en tijdloze landschap, de paradijselijke tuin of ‘heelheidsruimte’, die tevens een tocht door de kleuren* is, komt pas in 2011 tot rust. Dan ziet het kunstboek ‘Transformatie in Kleur’ met een overzicht van 35 jaren schilderen het daglicht (zie ‘pages - exposities’).